Wat is Aninees?
Aninees wordt gesproken door het volk dat leeft in Anin, een
land in centraal Betelavis, één van de continenten van Uteged. Vanaf de
wereldheerschappij van Anin en Aulinga is Aninees een lingua franca, vooral
gebruikt in juridische documenten en zo ook op deze site om Utegeds
topografische namen
weer te geven.
Top
Hoe ziet de
geschiedenis van het Aninees eruit?
Tot op heden worden er drie varianten van het Aninees
onderscheiden:
 | Het proto-Aninees:
Dit was de taal zoals die gesproken werd door de oorspronkelijke invallers
van het land, dat later Anin zou gaan heten. Deze kent veel minder
verbuigingen en heeft een eenvoudiger syntaxis dan in de documenten die in
latere tijd geschreven werden. Er zijn maar weinig manuscripten beschikbaar
om te bestuderen, zodat er niet veel bekend over is. Waarschijnlijk zijn er
hoe dan ook maar weinig geschriften uit de tijd van de invasies, omdat het
Aninese volk in die tijd niet veel meer was dan een verzameling boeren op de
vlucht in de nasleep van de Grote Waterval.
|
 | Het bijbelse Aninees
Dit is de taal van de Aninese bijbel. Deze heeft reeds veel van de kenmerken
van het klassieke Aninees. Het belangrijkste kenmerk, dat het onderscheidt
van de klassieke taal is het gebruik van bijvoeglijke naamwoorden als
zelfstandige naamwoorden.
|
 | Het klassieke Aninees
Deze vorm van de taal wordt gezien in de meeste van de nu bekende
documenten. Deze is zeer gestructureerd en zeer wendbaar. Geschreven zinnen
kunnen dusdanig ingewikkeld zijn, dat het voor de hand ligt, dat er een
eenvoudigere gesproken vorm van de taal moet bestaan. Helaas zijn er geen
registraties van deze veronderstelde gesproken taal gevonden. Na de
gemeenschappelijke wereldheerschappij door Anin en Aulinga is het klassieke
Aninees een lingua franca geworden, die gebruikt wordt in vele
internationale documenten en ook op deze site om de topografische namen van
Uteged weer te geven. |
Top
Hoe worden
Aninese woorden verbogen?
Het zelfstandig naamwoord heeft vier naamvallen, verder
onderverdeeld in eerste graad (voor het werkwoord geplaatst) en tweede graad
(achter het werkwoord geplaatst). Iedere naamval heeft zijn eigen uitgangen. Er
zijn twee klassen van verbuiging: de woorden eindigend op n,z, of d (n,z,d)
en die op g, ê, ', of ; (g, ê, ', ;). De
voornaamwoorden worden verbogen als zelfstandige naamwoorden.
Het bijvoeglijk naamwoord heeft zijn eigen uitgangen en komt
altijd overeen in naamval, getal en geslacht met het zelfstandig naamwoord dat het
omschrijft. Alle bijvoeglijke naamwoorden zijn in feite deelwoorden van een
werkwoord. (Mènin òtruv mènin òtruv: de mooi
zijnde man, de mooie man)
Het werkwoord kan vele voor- en achtervoegsels krijgen. Door
deze toe te voegen is het mogelijk het onderwerp, lijdend voorwerp, eerste,
tweede, of derde persoon, aspect, vorm, resultaat enzovoort. De werkwoorden zijn
het hart van de Aninese taal: zowel de bijvoeglijke naamwoorden als de
zelfstandige naamwoorden worden ervan afgeleid. Bij voorbeeld: nafbo
nafbo: (hout)hakken, nafbin nafbin: de
houthakker, nafbo' nafbo': houtblok.
De voegwoorden zijn afgeleid van de voorzetsels, deze laatste
worden altijd achter het zelfstandig naamwoord geplaatst.
Top
Hoe worden Aninese
zinnen gebouwd?
Omdat de naamvallen verschillende functies weergeven wanneer het
zelfstandig naamwoord voor of achter het werkwoord wordt geplaatst, is de
woordvolgorde niet geheel vrij. Bijvoeglijke naamwoorden worden als regel achter
het zelfstandig naamwoord geplaatst waar ze bij horen, tenzij de combinatie
bijvoeglijk en zelfstandig naamwoord een vaste betekenis heeft gekregen. In dat
geval wordt het bijvoeglijk naamwoord vóór het zelfstandig naamwoord
geplaatst. De persoonlijke voornaamwoorden worden alleen gebruikt wanneer extra
nadruk nodig is: het werkwoord kan namelijk zowel het onderwerp als het lijdend
voorwerp weergeven. Behalve de bedrijvende en de lijdende vorm kent het Aninees
manieren om ook het meewerkend voorwerp en zelfs bijwoordelijke en bijvoeglijke
bepalingen tot onderwerp van de zin te maken. Deze extra "vormen"
kunnen ook worden gebruikt om de verschillende bijvoeglijke bijzinnen te maken.
Van deze is het werkwoord altijd een deelwoord en moet het onderwerp altijd deel
uitmaken van de hoofdzin.
Top