Start Gastenboek Introductie Contents Help DownloadsWerkwoord
Zelfstandig naamwoord Werkwoord Voornaamwoord Overig

 

Zelfstandig naamwoord Werkwoord Voornaamwoord Overig

Inhoud van deze pagina:

bulletOverzicht van de lidwoorden van het werkwoord
bulletDe bedrijvende en lijdende vorm
bulletDe voltooide en onvoltooide wijs
bulletDe tijd
bulletOverzicht van de voor- en achtervoegsels van het werkwoord
bulletDe toekomende tijd
bulletHet aspect
bulletHulpwerkwoorden van modaliteit en causaliteit
bulletBijvoeglijke constructies
bulletZelfstandige naamwoorden afleiden
bulletVersterking van de wortel


Overzicht van de lidwoorden van het werkwoord

De volgorde van de lidwoorden is hetzelfde als in de tabel.

vorm wijs tijd
bedrijvend lijdend onvoltooid voltooid tegenwoordig verleden

(none)

nO ngoo

(none)

èl eul (none) gA gaa

Top

De bedrijvende en lijdende vorm

De bedrijvende vorm is de standaard. De lijdende vorm wordt uitgedrukt met het lidwoord nO, ngoo. Het onderwerp van de bedrijvende vorm zin wordt uitgedrukt met een vijfde naamval (è,eu).

Voorbeelden:

O UpO fafoI y ecan  à elòr. De man geeft een boek aan het kind.
Oo uupoo fafoie y echang au eloer.
O ecan nO fafoie è UpO au eloer. Een boek wordt door de man aan het kind gegeven.
Oo echang ngoo fafoie eu uupoo au eloer.

Top

De onvoltooide en voltooide wijs

De onvoltooide wijs geeft een incomplete handeling weer. De voltooide wijs stelt de handeling als een voltooide gebeurtenis of als een afgesloten geheel voor. Deze wordt uitgedrukt met èl, eul.

Voorbeelden:

O elOp aIjIloI è ton Anslù. Ik ga naar huis.
Oo eloop aiezjieloie eu tong aangslui.
O elOp èl aIjIloI è ton Anslù. Ik ben naar huis gegaan, ik ben thuis.
Oo eloop eul aiezjieloie eu tong aangslui.

Top

De tijd

De tegenwoordige tijd geeft aan dat de handeling, of het gevolg ervan zichtbaar zijn in het nu.De verleden tijd geeft aan, dat de handeling in het verleden plaatsvond. Deze wordt uitgedrukt met het lidwoord ga, gaa.

Voorbeelden:

O UpO y elòr slAnoI. De man slaat het kind.
Oo uupoo y eloer slaangoie.
O UpO y elòr èl slAnoI. De man heeft het kind geslagen (kijk maar: het huilt)
Oo uupoo y eloer eul slaangoie.
O elòr è UpO nO gA slAnoI. Het kind werd door de man geslagen.
Oo eloer eu uupoo ngoo gaa slaangoie.
O elòr è UpO nO èl gA slAnoI. Het kind is door de man geslagen.
Oo eloer eu uupoo ngoo eul gaa slaangoie.

Top

Overzicht van de voor- en achtervoegsels van het werkwoord

toekomende tijd WORTEL versterking aspect zelfstandige naamwoorden
      òAcIl oeaachiel
òA oeaa u u
e e fO foo òrf oerf I ie
fràs fraus oI oie (none)
    UE uuee à au
 

bijvoeglijk

lOc looch

Top

De toekomende tijd

Deze tijd wordt gebruikt wanneer de handeling zich in de toekomst afspeelt.

Voorbeelden:

O elOp eaIjIloI è ton Anslù. Ik zal naar huis gaan.
Oo eloop  eaïezjieloie eu tong aangslui.
O elOp èl eaIjIloI è ton Anslù. Ik zal naar huis gegaan zijn, ik zal thuis zijn.
Oo eloop eul eaïezjieloie eu tong aanslui.

Top

Het aspect

bulletDe infinitief wordt gevormd met het achtervoegsel òA,oeaa.
bulletHet begins aspect geeft aan dat de handeling begint in de onvoltooide wijs  en dat deze begonnen is in de voltooide wijs. Deze wordt gevormd met het achtervoegsel òrf, oerf.
bulletHet continu aspect geeft in de onvoltooide wijs aan, dat de handeling dóórgaat. In de voltooide wijs geeft het aan, dat de handeling is geëindigd en dat het resultaat ervan zichtbaar is. 
bulletHet einds aspect geeft aan dat de handeling weldra zal eindigen  in de onvoltooide wijs en dat deze eindigt  in de voltooide wijs. Het wordt gevormd met het achtervoegsel UE,uuee.

Voorbeelden:

aIjIlòA è ton Anslù. naar huis gaan.
aiezjieloeaa eu tong aangslui.
O elOp aIjIlòrf è ton Anslù. Ik begin naar huis te gaan.
Oo eloop aiezjieloerf eu tong aangslui.
O elOp èl aIjIlòrf è ton Anslù. Ik ben begonnen naar huis te gaan.
Oo eloop eul aiezjieloerf eu tong aangslui.
O elOp aIjIloI è ton Anslù. Ik ben naar huis aan het gaan.
Oo eloop aiezjieloie eu tong aangslui.
O elOp èl aIjIloI è ton Anslù. Ik ben naar huis gegaan, ik ben thuis.
Oo eloop eul aiezjieloie eu tong aangslui.
O elOp aIjIlUE è ton Anslù. Ik ben bijna klaar met naar huis gaan, ik bereik het huis.
Oo eloop aiezjieluuee eu tong aangslui.
O elOp èl alIjIlUE è ton Anslù. Ik ben klaar met naar huis gaan, ik heb het huis bereikt.
Oo eloop eul aiezjieluuee eu tong aangslui.

Top

De hulpwerkwoorden van modaliteit en causaliteit

De hulpwerkwoorden van modaliteit en causaliteit worden uitgedrukt met de volgende achtervoegsels:

willen: lUp luup
kunnen, in staat zijn: lIp liep
mogen: lAp laap
moeten: lOp loop
laten, toelaten lòp loep
doen lEp leep

Luup, loep en leep nemen een vierde naamval bij zich om aan te geven, van wie er gewild, toegelaten of gemaakt wordt, dat deze de handeling uitvoert.

Voorbeelden:

O elOp aIjIllUpoI. Ik wil gaan.
Oo eloop aiezjielluupoie.
O elOp aIjIlUpoI ò elàj. Ik wil, dat jij gaat
Oo eloop aiezjielluupoie oe elauzj.
O elOp aIjIllIpoI. Ik kan gaan.
Oo eloop aiezjielliepoie.
O elOp aIjIllApoI. Ik mag gaan.
Oo eloop aiezjiellaapoie.
O elOp aIjIllOpoI. Ik moet gaan.
Oo eloop aiezjielloopoie
O elOp aIjIllòpoI ò elàj. I laat je gaan.
Oo eloop aiezjielloepoie oe elauzj.
O elOp aIjIllEpoI ò elàj I doe je gaan.
Oo eloop aiezjielleepoie oe elauzj.

Top

Bijvoeglijke constructies

Het werkwoord wordt een deelwoord door de uitgang lOc, looch toe te passen.

Voorbeelden:

O canatoIlOc UpO.  De schrijvende man, de man die schrijft.
Oo changatoielooch uupoo
O nO èl gA canatoIlOc can. Het geschreven boek, het boek, dat geschreven is.
Oo ngoo eul gaa changatoielooch chang
O èl ecanatUElOc UpO. De man, die klaar zal zijn met schrijven.
Oo eul echangatuueelooch uupoo.

 

Top

Zelfstandige naamwoorden afleiden

zelfstandige naamwoorden die de actoren van het  werkwoord weergeven

Deze worden gebouwd door de uitgang cIl, chiel toe te voegen achter  de uitgang van de infinitief.

canatòA changatoeaa schrijven
O canatòAcIl Oo changatoeaachiel de schrijver
O no èl ga canatòAcIl Oo ngoo eul gaa changatoeaachiel het geschrift

zelfstandige naamwoorden die een directe verzelfstandiging van een zin weergeven

De uitgang u, u maakt een zelfstandig naamwoord van de infinitief. Dit soort zelfstandige naamwoorden kunnen een meervoud hebben.

Het is mogelijk om een bijzin om te zetten in een zelfstandig naamwoord + bijvoeglijke bepalingen. Dit wordt bewerkstelligt door de aspect uitgang als volgt te vervangen:

verwijder oI, oie
vervang òrf,oerf met I, ie
vervang UE,uuee, met à,au

Voorbeelden:

AòA è òtucetu Ag. op Uteged zijn.
aaoeaa eu oetuchetu aag
O UpO AoI y eAòAcIl òtucetuAglOc De mens is een wezen van Uteged.
Oo uupoo aaoïe y eaaoeaachiel oetuchetuaaglooch.
O UpO efuslIpoI ys OlUlOc Au è òtucetu Ag. De mens kan verschillende  bestanen hebben op Uteged.
Oo uupoo efusliepoie ys ooluulooch aaü eu oetuchetu aag.
O ès UpO òtucetuAglOc A nO èl gA efwoI èùs gOc. Het zijn van de mens op Uteged is een gunst van de goden.
Oo eus uupoo oetuchetuaaglooch aa ngoo eul gaa efwoie euüis gooch.
O è lunf AI nO èl gA elgrloI èù gOc gOcO. Het onstaan van de wereld werd veroorzaakt door de gog Goochoo.
Oo eu lungf aaie ngoo eul gaa elgrloie euüi gooch goochoo.
Os Upo eelgrloI y è òtucetu aà. De mensheid zal de ondergang van Uteged veroorzaken.
Oos uupoo eëlgrloie y eu oetuchetu aaäu.

Top

Versterking van de wortel

fO,foo geeft een versterkte vorm aan van de handeling.
fràs,fraus geeft de maximale vorm aan van de handeling.

Voorbeelden:

slAnòA slaangoeaa slaan
slAnfOòA slaangfooöeaa hard slaan
slanfràsòA slaangfrausoeaa op zijn hardst slaan
aIjIlòA aiejieloeaa gaan
aIjIlfOòA aiejielfooöeaa rennen
aIjIlfràsòA aiejielfrausoeaa zo snel mogelijk gaan

Top

          author@uteged.comcanatòAcIl@òtucetu.gon

Gastenboek Introductie Contents Help Downloads