Start Gastenboek Introductie Contents Help DownloadsAlgemene syntaxis
Woordbouw Zinsbouw Algemene syntaxis

 

Woordbouw Zinsbouw Algemene syntaxis

Inhoud van deze pagina:

bulletGeslacht
bulletGetal
bulletTijd
bulletPersoon
bulletFuncties en hun naamval

Geslacht

Aninees heeft vijf geslachten, zij zijn allen regelmatig:

Het mannelijk geslacht

Alle werkelijk mannelijk personen en dieren hebben dit geslacht.

mènin

mènin

de man
benin benin de jongen
usulin usulin de stier

Het vrouwelijk geslacht

Alle werkelijk vrouwelijk personen en dieren hebben dit geslacht.

mènaz

mènaz

de vrouw
benaz benaz het meisje
usulaz usulaz de koe

Het levend geslacht

Alle levende personen en dieren hebben dit geslacht. het wordt gebruikt wanneer het geslacht onbekend is, of wanneer een groep mannen, of vrouwen wordt aangeduid.

mène;

mène;

de mens
bene; bene; het kind
usule; usule; het rund
Levis àn mènini òs mènazi àn idodie. Levis àn mènini òs mènazi àn idodie. Zij, de mannen en de vrouwen zijn onderweg (gaan).

Het onzijdig geslacht

Alle abstracties en levenloze zaken hebben dit geslacht.

don

don

het huis
lècê lècê de liefde
eseo; eseo; het goede ding

Het onbekend geslacht

Dit wordt gebruikt wanneer  het onbekend is,of hetgeen bedoeld wordt levend, of levenloos is, of wanneer een groep van levende en levenloze zaken wordt aangeduid. De toepassing ervan is over het algemeen beperkt tot de onbepaalde voornaamwoorden. 

elez

elez

iets, iemand
Lezo àn mènin òs don àn imeso doarodo. Lezo àn mènin òs don àn imeso doarodo. Zij, de man en het huis, bezitten elkaar.

het geslacht van planten en lichaamsdelen

Planten kunnen  zowel het levend als het onzijdig geslacht hebben. Als er met nadruk een mannelijke, of vrouwelijke  plant wordt bedoeld dan kunnen het mannelijk en vrouwelijk geslacht worden gebruikt.

Lichaamsdelen kunnen ook zowel het levend als het onzijdig geslacht hebben. Bovendien kunnen lichaamsdelen van mannen  het mannelijk geslacht, lichaamsdelen van vrouwen het vrouwelijk geslacht hebben. De voortplantingsorganen hebben altijd het geslacht van hun eigenaar.

vìlàsê, vìlàse;

vìlàsê, vìlàse;

de bloem
urèîg, urèîge;, urèîgo', urèîgaz ureig, ureige;, ureigo', ureigaz het hoofd
azin azin de penis
azaz azaz de vagina

Top

Getal

Aninees heeft vijf getallen:

  1. Het enkelvoud wordt gebruikt om nul tot één zaken aan te geven.
  2. Het tweevoud wordt gebruikt om  meer dan één tot twee zaken aan te geven.
  3. Het drievoud wordt gebruikt om  meer dan twee tot drie zaken aan te geven.
  4. Het meervoud wordt gebruikt om meer dan drie zaken aan te geven.
  5. Het onbekend getal wordt gebruikt om aan te geven dat het aantal  zaken ieder aantal is boven nul.

Omdat het meervoud altijd meer dan drie zaken aangeeft, suggereren onbepaalde naamwoorden in het meervoud een groter aantal dan onbepaalde naamwoorden  in het onbekende getal.

odon

odon

een huis
odoni odoni aardig wat huizen
odone odone enkele huizen
odono odono twee huizen
odona odona drie huizen

Top

Tijd en aspect

Aninees heeft vier  tijden:

  1. De tegenwoordige tijd legt de nadruk op het feit, dat de handeling nú plaats vindt.
  2. De verleden tijd geeft aan, dat de handeling afgelopen is op het moment dat de zin gesproken wordt. 
  3. De toekomende tijd geeft aan, dat de handeling enige tijd na het spreken van de zin zal plaatsvinden.
  4. De onbekend tijd geeft aan, dat de handeling in het verleden begonnen is en zal voorturen in de toekomst. Deze wordt veel gebruikt in algemene uitdrukkingen en beweringen.

Idodu dom ju]o.

Idodu dom ju-o.

Hij is onderweg naar huis.
Ididu dom ju]o. Ididu dom ju-o. Hij was onderweg naar huis.
Idadu dom ju]o. Idadu dom ju-o. Hij zal onderweg naar huis zijn.
Àmènin itu dom ju]ov anazajuot ju]o. Àmènin itu dom ju-ov anazajuot ju-o. Mannen zijn (altijd) onderweg van huis naar hun werk.

De aspecten beschrijven de positie van de handeling in de tijd nog verder. Over het algemeen geven de aspecten aan hoever de handeling is verwijderd van zijn begin, of einde. De volgende tabel licht dit verder toe:

pa ba ra na zè za ma
(niets)
H A N D E L I N G
pa ba ra na zè za ma
(niets)

Volg de onderstreepte links naar de beschrijving van het desbetreffende aspect .

Het toekomende aspect

Dit aspect geeft aan dat de handeling plaats zal vinden in de nabije toekomst.

Paidodu dom ju]ov.

Paidodu dom ju-ov.

Hij gaat weldra het huis verlaten.
Paididu dom ju]ov. Paididu dom ju-ov. Hij ging weldra het huis verlaten.
Paidadu dom ju]ov. Paidadu dom ju-ov. Hij zal weldra het huis gaan verlaten.

Het begins aspect

Dit aspect geeft aan dat de handeling begint.

Baidodu dom ju]ov.

Baidodu dom ju-ov.

Hij is zojuist het huis aan het verlaten.
Baididu dom ju]ov. Baididu dom ju-ov. Hij was zojuist het huis aan het verlaten.
Baidadu dom ju]ov. Baidadu dom ju-ov. Hij zal zojuist  het huis aan het verlaten zijn.

Het resultaats aspect

Dit aspect geeft aan dat de handeling  zojuist begonnen is, in het bijzonder geeft het aan, dat de oorzaak van de handeling dichtbij in de tijd ligt.

Raidodu dom ju]o, nuvè maanazomoru.

Raidodu dom ju-o, nuvè maanazomoru.

Hij gaat naar huis nadat zijn werk af was.
Raididu dom ju]o, nuvè maanazoiru. Raididu dom ju-o, nuvè maanazomiru.. Hij ging naar huis nadat zijn werk af was.
Raidadu dom ju]o, nuvè maanazomaru. Raidadu dom ju-o, nuvè maanazomaru. Hij zal  naar huis gaan nadat zijn werk af zal zijn.

Het continue aspect

Dit aspect geeft aan dat de handeling is doorgaat, zonder duidelijk te maken wanneer deze begon, of wanneer deze zal eindigen. De vertaling kan zijn met een gewone o.t.t., of met de constructie "bezig zijn te". Er is geen voorvoegsel. 

Idodu dom ju]o.

Idodu dom ju-o.

Hij is onderweg naar huis.
Ididu dom ju]o. Ididu dom ju-o. Hij was onderweg naar huis.
Idadu dom ju]o. Idadu dom ju-o. Hij zal onderweg naar huis zijn.

Het volhoudend aspect

Dit aspect geeft met nadruk aan dat de handeling door blijft gaan, het is een sterkere variant van het continue aspect.

Naidodu dom ju]o.

Naidodu dom ju-o.

Hij blijft naar huis gaan.
Naididu dom ju]o. Naididu dom ju-o. Hij bleef naar huis gaan.
Naidadu dom ju]o. Naidadu dom ju-o. Hij zal naar huis blijven gaan.

Het eindigend aspect

Dit aspect geeft aan dat de handeling binnenkort zal eindigen.

Zèanazomodu.

Zèanazomodu.

Hij gaat zo stoppen met werken.
Zèanazomidu. Zèanazomidu. Hij ging bijna stoppen met werken. 
Zèanazomadu. Zèanazomadu. Hij zal bijna stoppen met werken.

Het einds aspect

Dit aspect geeft aan dat de handeling ophoudt.

Zaidodu dom ju]o.

Zaidodu dom ju-o.

Hij stopt met naar huis gaan.
Zaididu dom ju]o. Zaididu dom ju-o. Hij stopte met naar huis gaan
Zaidadu dom ju]o. Zaidadu dom ju-o. Hij zal stoppen naar huis te gaan.

Het voltooide aspect

Dit aspect geeft aan dat de handeling is voltooid, in het bijzonder geeft het aan dat het resultaat van de handeling dichtbij is in tijd.

Maidodu d]dom ju]o, ècè maras]d daranacaloru. Maidodu d-dom ju-o, ècè maras-d daranacaloru. Hij is thuisgekomen, dus hij kust zijn vrouw.
Maididu d]dom ju]o, ècè maras]d daranacaliru. Maidodu d-dom ju-o, ècè maras-d daranacaloru. Hij was thuisgekomen, dus hij kuste zijn vrouw.
Maidadu d]dom ju]o, ècè maras]d daranacalaru. Maidodu d-dom ju-o, ècè maras-d daranacaloru. Hij zal zijn thuisgekomen, dus hij zal zijn vrouw kussen.

Zoals u ziet worden het resultaats en voltooide aspect vaak samen in één zin gebruikt.

Top

Persoon

Aninees heeft vier personen:

  1. De eerste persoon: dit geeft degene(n) aan, die de zin spreekt.  
  2. De tweede persoon: dit geeft degene(n) aan, die wordt aangesproken.  
  3. De derde persoon: dit geeft degene(n) aan, over wie gesproken wordt.  
  4. De gemengde persoon: dit is een speciaal geval van de eerste persoon. Deze kan niet voorkomen in het enkelvoud. Het geeft aan dat degene(n) tegen wie wordt gesproken deel uitmaken van de handeling.  Het wordt alleen gebruikt bij het werkwoord, niet bij het zelfstandig naamwoord.
Idogie dom ju]o. Idogie dom ju-o. Wij (maar jij niet) gaan naar huis.
Idosie dom ju]o. Idosie dom ju-o. Wij (en jij) gaan naar huis.
Idovie dom ju]o. Idovie dom ju-o. Jullie gaan  naar huis.
Idodie dom ju]o. Idodie dom ju-o. Zij gaan naar huis.

Top

Functies

De volgende tabel toont welke functies bij welke naamvallen horen. Zelfstandige naamwoorden in een eerstegraads naamval worden vóór het weekwoord of lidwoord van vorm geplaatst, zelfstandige naamwoorden in de tweede graad erachter. De functies die genoemd staan onder "onafhankelijk" hebben betrekking op de functie ten opzichte van het werkwoord van de zin. De functies genoemd onder "bijvoeglijk" hebben betrekking op de functie ten opzichte van het zelfstandig naamwoord (dat in het Aninees altijd is afgeleid van een werkwoord). Houdt er rekening mee, dat iedere functie kan worden weergegeven in een eerstegraads eerste naamval door gebruik te maken van de lidwoorden van vorm.

Klik op de functies om er een voorbeeld van te zien.

naamval

eerste

tweede

 

onafhankelijk

bijvoeglijk

onafhankelijk

bijvoeglijk
1e Alle functies   tijdstip  
2e lijdend voorwerp   meewerkend voorwerp lijdend voorwerp
3e de groep waaruit een deel wordt genomen meewerkend voorwerp onderwerp
middel (met, door)
 
4e tijdsduur onderwerp verdere uitleg, of onderverdeling
concreet voorbeeld van een algemeen woord
 

De voorzetsels hebben een zelfstandig naamwoord in de tweede naamval bij zich wanneer zij beweging uitdrukken, anders hebben een zelfstandig naamwoord in de derde naamval bij zich. Er is geen onderscheid tussen de eerste en de tweede graad wanneer voorzetsels worden gebruikt.

Het voornaamwoord g, g wordt achter het bijvoeglijk gebruikte zelfstandig naamwoord geplaatst wanneer dit een andere graad heeft dan het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort. G stemt  in naamval en getal overeen met dit laatste zelfstandig naamwoord.

Voorbeelden:

Mènin

 vari

 dovàfodu

 benas.

 Mènin vari dovàfodu benas.

 
onderwerp lijdend voorwerp werkwoord meewerkend voorwerp De man geeft het boek aan het kind

Varê

 co

mènièn

 benas

 dovàfodu.

Varê co mènièn benas dovàfodu.

 
onderwerp (voorheen lijdend voorwerp) lidwoord van de lijdende vorm middel (voorheen onderwerp) meewerkend voorwerp werkwoord Het boek wordt  aan het kind gegeven door de man.

Mènièm

benaèz

vàfanaz

eseodo

vari

g.

 Mènièm benaèz vàfanaz eseodo vari g.

bijvoeglijk onderwerp bijvoeglijk meewerkend voorwerp zelfstandig naamwoord (onderwerp) werkwoord bijvoeglijk lijdend voorwerp g verwijst naar vàfanaz De gift van het boek aan het kind door de man is goed.

Raidogu

 dom ju]o

ucoz.

 Raidogu dom ju-o ucoz.

werkwoord voorzetsel (beweging) tijdstip Vandaag ga ik naar huis.

Ucoès

naarogu doèn ju]o.

 Ucoès naarogu doèn ju-o.

tijdsduur werkwoord voorzetsel (niet-beweging) Ik blijf de hele dag thuis.

Òtovu

urèîga.

 Òtovu ureiga.

werkwoord verdere uitleg Jij bent lelijk voor zover het je hoofd betreft.

Vògin

 eseduv

Tànièm  g.

Vògin eseduv Tànièm g.

onderwerp werkwoord concreet voorbeeld van een algemeen woord g verwijst naar Vògin De god Tanin is slecht.

Mènaz

àlanodosè  gè

 ca

opòsè paso.

Mènaz àlanadosè gè ca opòsè paso.

onderwerp (voorheen meewerkend voorwerp) groep waaruit een deel wordt genomen g verwijst naar opòsè lidwoord van vorm van het meewerkend voorwerp middel werkwoord De vrouw wordt geslagen met een stok van de straffen.

Top