|
|
|
Inhoud van deze pagina:
OverzichtHet voornaamwoord is in feite een zelfstandig naamwoord met een wortel van één letter. Er is maar één geval waarin de verbuiging afwijkt van die van het zelfstandig naamwoord, zoals beschreven bij het aanwijzend voornaamwoord. De wortelDe wortel hangt af van het zelfstandig naamwoord waar het voornaamwoord naar verwijst:
Voorbeelden (de vette letters geven de wortel weer,de zelfstandige naamwoorden waar ze naar verwijzen zijn onderstreept):
Het aanwijzend voornaamwoordHet aanwijzend voornaamwoord heeft drie vormen, de wortel is altijd l of r:
Voorbeelden:
Zie voor meer informatie over de voorvoegsels van persoon de relevante sectie van de zelfstandig naamwoord pagina. Het verwijzend en het persoonlijk voornaamwoordWaar in het Nederlands het persoonlijk voornaamwoord wordt gebruikt, kunnen in het Aninees zowel het verwijzend als het aanwijzend voornaamwoord gebruikt worden, verder bepaald door de voorvoegsels van persoon. Het aanwijzend voornaamwoord krijgt dus twee van deze voorvoegsels. Zie voor uitleg over het gebruik van de voorvoegsels van verwijzing het relevante deel van de zelfstandig naamwoord pagina. De voorvoegsels van versterking kunnen gebruikt worden om achting, of minachting aan te geven. tabel van de persoonlijke voornaamwoordenZie voor een opsomming van alle voor- en achtervoegsels de zelfstandig naamwoord pagina. Het onbepaald en het vragend voornaamwoordDeze zijn nauw aan elkaar verwant. Het onbepaald voornaamwoord wordt gemaakt door de voorvoegsels van het onbepaald lidwoord te plaatsen voor de wortel van het voornaamwoord. Het vragend voornaamwoord wordt gemaakt door L, l toe te voegen aan het onbepaald voornaamwoord. Zij kunnen beide als een zelfstandig naamwoord en ook als een bijvoeglijk naamwoord gebruikt worden. Indien ze gebruikt worden als een naamwoord dan kunnen alle geslachten voorkomen. Gebruikt als een zelfstandige naamwoord komen gewoonlijk alleen het levend, onzijdig en onbekende geslacht voor.
Let ook op de volgende constructies :
Het bezittelijk voornaamwoordDit bestaat niet. Het wordt uitgedrukt met het voor- of achtervoegsel van bezit, zoals beschreven in de zelfstandig naamwoord pagina, met een ozabu constructie met het voorzetsel id, id voor werkelijk bezit, of met een persoonlijk voornaamwoord in de juiste bijvoeglijke naamval.
Het verwijzend voornaamwoordDit wordt uitgedrukt door de verschillende wortels. De tabel geeft er voorbeelden van.. Het betrekkelijk voornaamwoordDit bestaat niet. Alle bijvoeglijke bijzinnen worden gemaakt met een deelwoord van het werkwoord in de vorm die het antecedent onderwerp maakt van de bijzin. Zie het syntaxis gedeelte voor meer informatie. Het voornaamwoord g, gDit speciale voornaamwoord wordt gebruikt om bijvoeglijke constructies te verduidelijken. Het komt voor wanneer het zelfstandig naamwoord waar het bijvoeglijk zelfstandig naamwoord bij hoort een andere naamvalsgraad heeft, bij voorbeeld wanneer het bijvoeglijke zelfstandig naamwoord voor het werkwoord staat en het zelfstandig naamwoord waar het naar verwijst erachter. Het woord gèî, gei vertegenwoordigt het werkwoord indien dit niet in de uitdrukking aanwezig is. G wordt altijd achter het bijvoeglijke zelfstandig naamwoord geplaatst en komt in naamval en getal overeen met het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort. Het staat altijd in het onzijdig geslacht. Zie voor voorbeelden het relevante deel van de syntaxis. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||