Start Gastenboek Introductie Contents Help DownloadsVoornaamwoord
Algemeen Werkwoord Zelfstandig naamwoord Voornaamwoord Bijvoeglijk naamwoord Overig

 

Algemeen Werkwoord Zelfstandig naamwoord Voornaamwoord Bijvoeglijk naamwoord Overig

Inhoud van deze pagina:

bullet

Overzicht

bullet

De wortel

bullet

Het aanwijzend voornaamwoord

bullet

Het verwijzend en het persoonlijk voornaamwoord
bullet

tabel van de persoonlijke voornaamwoorden

bullet

Het onbepaald en het vragend voornaamwoord

bullet

Het bezittelijk voornaamwoord

bullet

Het verwijzend voornaamwoord

bullet

Het betrekkelijk voornaamwoord

bullet

Het voornaamwoord g, g

Overzicht

Het voornaamwoord is in feite een zelfstandig naamwoord met een wortel van één letter. Er is maar één geval waarin de verbuiging afwijkt van die van het zelfstandig naamwoord, zoals beschreven bij het aanwijzend voornaamwoord.

Top

De wortel

De wortel hangt af van het zelfstandig naamwoord waar het  voornaamwoord naar verwijst:

als het voornaamwoord verwijst naar: dan
een zelfstandig naamwoord in een andere zin: l l
en er is sprake van een negatief oordeel: r r
een werkwoord voornaamwoord
Het zelfstandig naamwoord is een mobud: m m n n
Het zelfstandig naamwoord is een moobobud: p p b b
Het zelfstandig naamwoord is een moavabud: s s z z
Het zelfstandig naamwoord is een dumon: t t d d
Het zelfstandig naamwoord is een idumon f f v v

Voorbeelden  (de vette letters geven de wortel weer,de zelfstandige naamwoorden waar ze naar verwijzen zijn onderstreept):

Mènin idodu dom maraidiro]d  ju]o <nuvè maslonoru ivas. De man gaat naar het huis van z'n  vrouw , nadat hij met haar gesproken heeft.
Mènin idodu dom maraidiro-d ju-o, nuvè maslonoru ivas.
Mènin idodu dom imuidiro ju]o <nuvè ino' maslonoru maras]d. De man gaat naar zijn (eigen) huis, nadat hij met z'n vrouw gesproken heeft.
Mènin idodu dom imuidiro ju-0, nuvè ino' maslonoru maras-d.
Mènin maslonodu maras]d <nuè idoru dom izaidiro ju]o. De man heeft met z'n  vrouw gesproken, voordat hij naar haar huis ging.
Mènin maslonodu maras-d, nuè idoru dom izaidiro ju-o.

Top

Het aanwijzend voornaamwoord

Het aanwijzend voornaamwoord heeft drie vormen, de wortel is altijd l of r:

  1. De aangewezene is dichtbij de spreker: dit wordt uitgedrukt met het voorvoegsel van de eerste persoon f>o., f(o).

  2. De aangewezene is dichtbij degene die aangesproken wordt: dit wordt uitgedrukt met het voorvoegsel van de tweede persoon ò>s., ò(s).

  3. De aangewezene is niet dichtbij de spreker en ook niet bij de aangesprokene: dit wordt standaard uitgedrukt.

Voorbeelden:

Folo' mènin idodu dom ju]o. Deze man (bij mij) gaat naar huis.
Folo' mènin idodu dom ju-o.
Òlo' mènin idodu lovi dom ju]o. Die man (bij jou) gaat naar dat huis (daar in de verte).
Òlo' mènin idodu lovi dom ju-0.

Zie voor meer informatie over de voorvoegsels van persoon de relevante sectie van de zelfstandig naamwoord pagina.

Top

Het verwijzend en het persoonlijk voornaamwoord

Waar in het Nederlands het persoonlijk voornaamwoord wordt gebruikt, kunnen in het Aninees zowel het verwijzend als het aanwijzend voornaamwoord gebruikt worden, verder bepaald door  de voorvoegsels van persoon. Het aanwijzend voornaamwoord krijgt dus twee van deze voorvoegsels. Zie voor uitleg over het gebruik van de voorvoegsels van verwijzing het relevante deel van de zelfstandig naamwoord pagina.

De voorvoegsels van versterking kunnen gebruikt worden om achting, of minachting aan te geven.

tabel van de persoonlijke voornaamwoorden

Zie voor een opsomming van alle voor- en achtervoegsels  de zelfstandig naamwoord pagina.

aanwijzend verwijzend (lijdend)werkwoord(onderwerp)
Aninees: .
Weergave: . .
Vertalig: .
Onderwerpt: persoon: geslacht: getal:
Lijdend voorwerp: persoon: geslacht: getal:

Top

Het onbepaald en het vragend voornaamwoord

Deze zijn nauw aan elkaar verwant. Het onbepaald voornaamwoord wordt gemaakt door de voorvoegsels van het onbepaald lidwoord te plaatsen voor de wortel van het voornaamwoord. Het vragend voornaamwoord wordt gemaakt door  L, l toe te voegen aan het onbepaald voornaamwoord. Zij kunnen beide  als een zelfstandig naamwoord en ook als een bijvoeglijk naamwoord gebruikt worden. Indien ze gebruikt worden als een naamwoord dan kunnen alle geslachten voorkomen. Gebruikt als een zelfstandige naamwoord komen gewoonlijk alleen het levend, onzijdig en onbekende geslacht voor.

onbepaald zelfstandig naamwoord bijvoeglijk naamwoord vragend zelfstandig naamwoord bijvoeglijk naamwoord
ulo' ulo'    

 

een

 

 

lulo' lulo' wie? welke?
alaz alaz   lalaz lalaz
èle; èle; iemand lèle; lèle;
olo; olo; iets lolo; lolo; wat?
elez elez iemand/ iets lelez lelez wie/ wat?
ulo'v ulo'v   geen    
alazov alazov  
èle;v èle;v niemand
olo;v olo;v niets
elezov elezov niemand/ niets
èlevis èlevis enkele(n)  enkele
olovis olovis
elezi elezi
èlevise èlevise weinige(n) weinig lèlevise lèlevise hoeveel? hoeveel?
olovise olovise lolovise lolovise
eleze eleze leleze leleze

Let ook op de volgende constructies :

èc èc zo lèc lèc hoe?
ècerê ècerê zo een lècerê lècerê wat voor een?

Top

Het bezittelijk voornaamwoord

Dit bestaat niet. Het wordt uitgedrukt met het voor- of achtervoegsel van bezit,  zoals beschreven in de zelfstandig naamwoord pagina, met een ozabu constructie met het voorzetsel  id, id voor werkelijk  bezit, of met  een persoonlijk voornaamwoord in de juiste bijvoeglijke naamval.

g]don g-don m'n  huis don filobidiro don filobidiro míjn huis
maraz]d maraz-d z'n  vrouw maraz gèî ilobi g maraz gei ilobi g zíjn vrouw

Top

Het verwijzend voornaamwoord

Dit wordt uitgedrukt door de verschillende wortels. De tabel geeft er voorbeelden van..

Top

Het betrekkelijk voornaamwoord

Dit bestaat niet. Alle bijvoeglijke bijzinnen worden gemaakt met een deelwoord van het werkwoord in de vorm die het antecedent onderwerp maakt van de bijzin. Zie het syntaxis gedeelte voor meer informatie.

Top

Het voornaamwoord g, g

Dit speciale voornaamwoord wordt gebruikt om bijvoeglijke constructies te verduidelijken. Het komt voor wanneer  het zelfstandig naamwoord waar het bijvoeglijk zelfstandig naamwoord bij hoort  een andere naamvalsgraad heeft, bij  voorbeeld wanneer het bijvoeglijke zelfstandig naamwoord voor het werkwoord staat en het  zelfstandig naamwoord waar het naar verwijst erachter. Het woord gèî, gei vertegenwoordigt  het werkwoord indien dit niet in de uitdrukking aanwezig is. G wordt altijd achter het bijvoeglijke zelfstandig naamwoord geplaatst en komt in naamval en getal overeen met het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort. Het staat altijd  in het onzijdig geslacht. Zie voor voorbeelden het relevante deel van de syntaxis.

Top