Start Gastenboek Introductie Contents Help DownloadsWerkwoord
Algemeen Werkwoord Zelfstandig naamwoord Voornaamwoord Bijvoeglijk naamwoord Overig

 

Algemeen Werkwoord Zelfstandig naamwoord Voornaamwoord Bijvoeglijk naamwoord Overig

Inhoud van deze pagina:

bulletOverzicht van de voor- en achtervoegsels van het werkwoord
bulletHet partikel van persoon
bulletHet voorvoegsel van aspect
bulletHet voorvoegsel van wijs
bulletDe causale wijzen
bulletDe relatieve wijzen
bulletHet achtervoegsel van tijd
bulletDe lidwoorden van vorm

Overzicht van de voor- en achtervoegsels van het werkwoord

Het is mogelijk, dat alleen de wortel van het werkwoord gebruikt wordt in een zin zonder enige voor- of achtervoegsels!

voorvoegsel voorvoegsel voorvoegsel voorvoegsel WORTEL achtervoegsel achtervoegsel
(geen) (geen)
(geen) pa pa no no (geen) (geen) (geen)
g,, g.. ba ba go go zo zo o o g,, g..
v,, v.. r ra mo mo lo lo i i v,, v..
d,, d.. na na bo bo a a d,, d..
s,, s.. zè zè vè vè s,, s..
za za jufè jufè
ma ma
ga ga

Top

Het partikel van persoon

Dit is een voorvoegsel als het het  lijdend voorwerp weergeeft, of het onderwerp van; het is een achtervoegsel wanneer het het  onderwerp weergeeft zoals dit zou zijn geweest in  de actieve vorm. Het wordt samengesteld door een kenletter voor persoon+getal+geslacht.

persoon getal geslacht
1e g g enkelvoud (geen) mannelijk u u
2e v v tweevoud o o vrouwelijk a a
3e d d drievoud a a levend e e
gemengd s s meervoud i i onzijdig o o
  onbekend e e onbekend (geen)

Voorbeelden:

idogu idogu Ik (mannelijk) ga.
idova idoda jij (vrouwelijk) gaat.
idogoe idogoe wij tweeën (mannelijk &vrouwelijk) gaan.
idovaa idovaa jullie drieën (vrouwelijk) gaan.
idodio idodio zij (onzijdig) gaan.

Top

Het voorvoegsel van aspect

Deze geven weer in welk stadium de handeling zich bevindt.

omschrijving voorvoegsel
nabije toekomst (gaan) pa pa
begin ( beginnen te) ba ba
bezig zijnd (aan het ... zijn) (geen)
punt in tijd (zojuist begonnen zijn te) ra ra
doorgaand (blijven) na na
bijna klaar (beginnen op te houden met) zè zè
einde (ophouden met) za za
klaar (voltooide tijd) ma ma
herhaald (gewoonlijk, steeds weer, plegen te) ga ga

Voorbeelden:

Paidogu. Paidogu. Ik ga zo.
Baidoda. Baidoda. Zij begint te gaan.
Idodie. Idodie. Zij zijn aan het gaan.
Raidovie. Raidovie. Jullie zijn net begonnen te gaan.
Naidova. Naidova. Jij blijft gaan.
Zèîdoga. Zeidoga. Ik ga zo stoppen.
Zaidodo. Zaidodo. Het stopt.
Maidogie. Maidogie. Wij zijn gegaan.
Gaidoga. Gaidoga Ik ga meestal, ik pleeg te gaan.

Top

Het voorvoegsel van wijs

Er worden twee klassen van wijzen onderscheiden: de causale wijs en de relatieve wijs.

De causale wijs

Deze geeft aan op wat voor een manier degene die de handeling uitvoert wordt aangemoedigd.

omschrijving voorvoegsel
dwingen (gebiedende wijs) no no
mogelijk maken go go
toestaan mo mo
aansporen (gebiedende wijs) bo bo
willen vè vè
wensen jufè jufè

Voorbeelden:

Jo noido. Jo noido. Men moet gaan; Ga!
Jo òsolièn goido. Jo òsolièn goido. Jij kunt gaan.
Moidogu laèz. Moidogu laèz. Ik sta haar toe te gaan; Ze mag gaan van mij.
Òsolo' jo boidoga. Òsolo' jo boidoga. Jíj wordt aangespoord te gaan; Ga!
Vèîdoda lobè. Vèîdoda lobè. Zij wil dat hij gaat.
Òsolaz jo jufèîdo. Òsolaz jo jufeido. Men wenst dat je gaat; Moge je gaan!

Top

De relatieve wijs

Deze geeft de waarschijnlijkheid aan, dat de beschreven handeling werkelijk plaatsvindt.

omschrijving voorvoegsel
werkelijk (geen)
mogelijk (misschien) zo zo
onwaarschijnlijk, onwaar  lo lo

Voorbeelden:

Idodu dom ju]o. Idodu dom ju-o. Hij komt (werkelijk) naar huis.
Zoidodu dom ju]o. Zoidodu dom ju-o. Hij komt misschien naar huis.
Loidodu ludom ju]o? Loidodu ludom ju-o? Hij zou naar huis komen? (vast niet)

Top

Het achtervoegsel van tijd

Deze geeft aan of de handeling in het heden, verleden of toekomst speelt. De onbekende tijd geeft aan dat de handeling tijdloos is.

omschrijving achtervoegsel
tegenwoordige tijd o o
verleden tijd i i
toekomende tijd a a
onbekend (geen)

Voorbeelden:

Idodu. Idodu. Hij gaat.
Idida. Idida. Zij ging.
Idado. Idado. Het zal gaan
Àmèno' itu depaurèî]ju. Àmèno' itu (iddu) depaurei-ju. Mannen gaan sneller.

Top

De lidwoorden van vorm

Deze zetten de zin om van de bedrijvende vorm in de lijdende en andere vormen. In het Aninees  is het mogelijk  om ieder zelfstandig naamwoord  onderwerp van de zin te maken.

omschrijving artikel
bedrijvende vorm (geen)
lijdende vorm (lijdend voorwerp->onderwerp) co co
meewerkend voorwerp->onderwerp ca ca
2e naamval bijwoordelijke bepaling->onderwerp ja ja
3e naamval bijwoordelijke bepaling->onderwerp jo jo
4e naamval bijwoordelijke bepaling->onderwerp ra gèî ra gei
2e naamval bijvoeglijke bepaling->onderwerp ro g ro g
3e naamval bijvoeglijke bepaling->onderwerp ri g ri g
4e naamval bijvoeglijke bepaling->onderwerp ra g ra g

Voorbeelden:

Mènin opòsi dovàfodu maras d]dim doèn ju]o. De man geeft een stok aan zijn broers vrouw in het huis.
Mènin opòsi dovàfodu maras d-dim doèn ju-o.
Opòsê co mènièn maras d]dim doèn ju]o dovàfodu. Een stok wordt door de man aan zijn broers vrouw gegeven in het huis.
Opòsê co mènièn maras d-dim doèn ju-o dovàfodu.
Maraz opòsi ca mènièn d]dim g doèn ju]o dovàfodu. Zijn broers vrouw krijgt een stok van de man in het huis.
Maraz opòsi ca mènièn d-dim g doèn ju-o dovàfodu.
d]Din opòsi ro gi maras menièn doèn ju]o dovàfodu. Van zijn broer de vrouw krijgt een stok van de man in het huis.
d-Din opòsi ro gi maras menièn doèn ju-o dovàfodu.
Don opòsi jo mènièn maras d]dim dovàfodu ju]odo. In het huis is het, dat de man een stok aan zijn broers vrouw geeft.
Don opòsi jo mènièn maras d-dim dovàfodu ju-odo.
Top